Poelen en open water

Dit is onderdeel van De biotopen op de Riethoek.

De Riethoek kent vier zelfstandige poelen, te weten de Kleine Poel, de Grote Poel, de Bospoel, en de Diepe Poel. De eerste drie poelen worden gevoed door kwelwater vanaf de Woeste hoogte.

De Grote poel en de Kleine poel worden voornamelijk omgeven door riet, met hier en daar andersoortige oeverplanten. De Bospoel ligt geheel in de schaduw van bomen. De Diepe poel behoort bij het Orchideeënlandje.

Een speciale categorie vormen de drie kwelpoeltjes aan weerszijden van het Orchideeënbruggetje. Deze poeltjes worden gevoed door voedselarme kwel en dat zou ook zijn weerslag moeten hebben op de daarin voorkomende vegetatie.

Open water vinden we in de Riethoekplas.

Poelen

De Grote Poel en de Kleine poel zijn machinaal uitgegraven tussen 1987 en 1994. Ze worden gevoed door kwelwater dat doorsijpelt vanaf de Woeste hoogte. Ze worden voornamelijk omgeven door riet, met daartussen typische oeverplanten als gele lis, valeriaan, watermunt en egelboterbloem. De Grote poel wordt aan de noordwestkant begrensd door een voormalige griend met enkele knotwilgen, die nu echter helemaal overwoekerd is door struikgewas in de vorm van rode kornoelje, vlier, kardinaalsmuts en hondsroos. Aan de zuidzijde van deze poel bevindt zich een nat hooilandje.

De Bospoel ligt dusdanig in de schaduw van omringende bomen en struiken, dat er behalve braam en brandnetels weinig anders wil groeien. De Diepe poel wordt nagenoeg uitsluitend omgeven door riet. Bij beide poelen is het waterniveau zeer variabel en niet te beïnvloeden.

We streven er naar de biodiversiteit in en rond de poelen te vergroten en uitdroging te voorkomen. De paden rondom de poelen houden we open.

De knotwilgen bij de Grote poel knotten we wanneer nodig en struiken rond de poelen dringen we terug. Bessendragende struiken zoals vlier, klimop, lijsterbes en Gelderse roos ontzien we in het najaar, aangezien bessen een belangrijke voedselbron zijn voor doortrekkende vogels. Het natte hooilandje aan de zuidzijde van de Grote poel maaien we minstens een keer per jaar, maar liever twee keer per jaar.

De poelen moeten een minimale diepte van 60 centimeter hebben, anders kunnen in strenge winters in de bodem overwinterende amfibieën doodvriezen. De poelen baggeren we daarom indien nodig. Eind 2023 waren de poelen een tot anderhalve meter diep, dus ruim voldoende.

Riethoekplas

De Riethoekplas is een waterloop die aan twee kanten in verbinding staat met andere waterlopen. De breedte van oever tot oever varieert van vijf meter tot dertig meter en de diepte  van 90 cm tot 2 meter. De diepere delen richting Meibergpad zijn vrij modderig en bevatten veel bladeren en takken van de omringende bomen.

Het water is voedselrijk door het uitspoelen van hondenpoep op het terrein, het intreden van meststoffen van de kinderboerderij en door het uitspoelen van voedingsstoffen uit organisch materiaal in de omgeving.

In de plas groeit waterlelie, gele plomp en egelskop, met name in het smalle stuk ter hoogte van het Orchideeënbruggetje.

De oevers van de plas bestaan (voor zover ze binnen het terrein liggen) vooral uit riet, met oeverplanten als lisdodde, valeriaan, gele lis en egelboterbloem. Ook staan er veel struiken (rode kornoelje, braam, Gelderse roos) en opslag van omringende bomen. Daardoor hebben de oevers de neiging om snel dicht te groeien, ook op plekken die oorspronkelijk als open bedoeld waren, de zogenaamde doorkijkjes.

Langs de oevers staan ook bomen, met name els, abeel, en wilg. Deze zijn erg hoog geworden en worden soms ondergraven door het water, waardoor ze omvallen en zo weer een eigen micro-biotoop vormen.

Vogels die er voorkomen zijn ijsvogel, wilde eend, krakeend, knobbelzwaan, waterhoen, meerkoet, fuut, kleine karekiet, waterhoen, Cetti’s zanger, rietzanger, rietgors.
Ook komen er bruine en groene kikkers voor.

We streven naar uitbreiding van het aantal soorten dat afhankelijk is van open water.
De Riethoekplas is onderdeel van de waterhuishouding van Holendrecht en omstreken en wordt door de gemeente onderhouden. Er hoeft dus niet door ons te worden gebaggerd. Wel verwijderen we voor zover mogelijk obstakels (takken, bomen, bladeren) die in het water zijn gevallen, en halen we afval uit het water. Onderhoud van de bruggen is ook voor rekening van de gemeente, behalve het Orchideeënbruggetje. Hiervan moeten op gezette tijden de planken en het touw worden gecontroleerd en eventueel vervangen.